|
Het OPDC
Noord-Kennemerland beleeft dit jaar het eerste lustrum. Altijd een moment om
even om te kijken en vooruit te blikken. Dat zal ik ook doen aan het begin van
dit jaarverslag. Er is in die vijf jaar het een en ander gewijzigd, maar wat
bleef en hopelijk blijft is de constructieve samenwerking met de collega’s in
het VMBO. Dat is bijna een constante waardoor het een vanzTerug naar InhoudTerug naar Inhoudelfsprekendheid
zou kunnen worden. Ik hoorde eens: “Iets wat vanzelfsprekend is, wordt vanzelf
vanzelfzwijgend.” Omdat ik mij realiseer dat er met alle expertise
en begeleiding geen leerling geholpen wordt als de docenten in het VMBO er geen
handen en voeten aan geven, blijf ik de ervaren inzet vermelden in het
jaarverslag. Deze inzet vertaalt zich merkbaar door een andere houding ten
aanzien van leerlingen die meer hulp, begeleiding en
begrip vragen dan de “reguliere” leerling.
Verder zal de indeling
van dit verslag overeenkomen met de voorgaande verslagen. Dit komt de
overzichtelijkheid ten goede. Tevens kunnen zo gegevens gemakkelijker met elkaar
worden vergeleken.
Alkmaar, september 2007.
Rolf Jacobi
Terug naar Inhoud
Naast alle interne wijzigingen en ontwikkelingen die zijn ingezet op het OPDC
vallen, terugkijkend, ook een aantal zaken bij de uitstroom van de leerlingen
(het werkterrein van de ambulante begeleiding) op. De uitstroom is de laatste
jaren redelijk stabiel. De toename van het aantal OPDC-leerlingen is niet terug
te vinden in het percentage uitstromers aan het eind van elk schooljaar: steeds
rond de 60%. Binnen de groep uitstromende leerlingen constateren wij in de
laatste vijf jaar:
-
dat het aantal derde jaarsplaatsingen in het VO toeneemt,
-
dat de uitstroom van leerlingen naar 2 VO afneemt,
-
dat er een lichte stijging is van het aantal kb-leerlingen.
Vooral de eerste twee
trends waren al ingezet, maar hebben zich deze laatste vijf jaar dus doorgezet.
Het aantal leerlingen dat na verblijf van één of
twee jaar na het OPDC op speciale hulp blijft aangewezen neemt licht toe. Een
signaal van toenemende problematiek!
Kijkend
naar de komende jaren, zou bovengenoemde ontwikkeling een aanwijzing kunnen zijn
die onderstreept dat er binnen het SWV behoefte zal blijven bestaan aan vormen
van specifieke zorg, deze in stand te houden, ondanks Passend Onderwijs.
De aankomende groep schoolverlaters zal rekening dienen te houden met de
veranderende opzet van de bovenbouw van het VMBO in Alkmaar. Met ingang van
augustus 2008 gehuisvest op drie locaties, nu nog vijf.
Voor de komende tijd is ook het vermelden waard dat vanaf
dit schooljaar de formatie ambulante begeleiding een uitbreiding ondergaat. Deze
extra uren (voorlopig twee dagdelen) zullen worden ingevuld door een collega van
het OPDC, mevr. L. Bolweg.
Terug naar Inhoud
Eind schooljaar 2005-2006 verlieten 87 leerlingen het OPDC.
Deze groep was
samengesteld uit:
20 eerstejaars leerlingen (uitstroom veelal 2 VMBO)
67 tweedejaars leerlingen (uitstroom veelal 3 VMBO)
Het schooljaar startte
voor deze nieuwe groep VO leerlingen redelijk ontspannen. Net als voor alle
andere leerlingen begon het jaar met rooster en boeken halen. Een enkeling is de
spanning toch te veel en belt voor een stukje “personal support”. Dit was bij
twee leerlingen die instroomden in het tweede jaar het geval.
Het VO kent in de derde klas voor veel leerlingen een “nieuw” instroommoment. Er
is gekozen voor een sector en een beroepsrichting, soms moet hiervoor zelfs van
school worden gewisseld. In deze stroom van introductie, kennismaken en wennen
gaan onze derdejaarsleerlingen “gewoon” mee.
Vaak duurt het tot de herfstvakantie voor er bij de leerling, de school en de
ouders een duidelijk beeld ontstaat hoe het er voor staat. Rond de
herfstvakantie worden immers de eerste cijferoverzichten geproduceerd. Die geven
inzicht in de resultaten tot dan toe. Dit is ook het moment waarop of de ouders,
of de school, of de leerling, gealarmeerd, contact zoeken en om hulp vragen. Het
betreft hier altijd de introverte, weinig assertieve leerling. Voor leerlingen
met externaliserend, storend, gedrag wordt al snel, vaak door de school, om hulp
gevraagd.
Ondanks het ontbreken van
een contractuele onderbouwing van de ambulante begeleiding die op basis van
vrijwilligheid wordt gevraagd en aangeboden, blijft deze vorm van hulp, naast
alle andere mogelijkheden voor school en leerling een welkome aanvulling. Dat
deze vorm van begeleiding in een behoefte voorziet blijkt uit onderstaande
cijfers. Het initiatief voor het inroepen van de hulp van de ambulant begeleider
kwam voor deze groep leerlingen:
3
maal
van de leerling zelf
6
maal
van de ouders
20 maal
van de school voor VO
Deze cijfers kunnen de
indruk wekken dat in geval van zorg een van de betrokken partijen de weg naar
ambulante begeleiding wel weet te vinden. Toch waren er ook dit jaar enkele
leerlingen waarvan pas aan het eind van het schooljaar duidelijk werd dat zij in
de gevarenzone terecht waren gekomen. De vele docenten die verantwoordelijk zijn
voor een klas maken dat de informatie fragmentarisch en soms niet altijd even
adequaat bij de mentor terecht komt. Dit belemmert een snelle signalering.
Als pas aan het einde van een periode of een schooljaar blijkt dat de resultaten
onvoldoende zijn, is de tijdsdruk op de leerling en de hulpverlener heel groot.
Gelukkig is er ook de flexibiliteit en de bereidheid tot het vinden van een
oplossing van het VO. Door deze beide aspecten hoefden er maar 2 leerlingen het
jaar over te doen.
Ook voor
volgend schooljaar: uitbreiden van de mogelijkheden voor een snellere
signalering.
Bij deze 29 begeleide
leerlingen was de begeleiding
14 keer
intensief en
15 keer
incidenteel
Ondanks alle zorg en
aandacht hebben niet alle 87 leerlingen het schooljaar positief kunnen
afsluiten. Van de 76 leerlingen die naar het VMBO waren geschakeld werden 69
leerlingen bevorderd, en moesten, zoals eerder vermeld, 2 leerlingen het jaar
overdoen. Voor de 5 anderen werd in overleg met school, leerling en ouders, vaak
na overleg in de PCL-smal en andere vorm van onderwijs geadviseerd. Dit betrof
drie keer een verwijzing naar PrO en twee maal een verwijzing naar een setting
met een intensievere begeleiding.
Voorzorg schoolverlaters
2006/2007
Als wij
naar de aanbeveling uit het jaarverslag van vorig jaar kijken voor deze groep
leerlingen, kunnen we stellen dat het beoogde doel niet is gehaald, dat het
probleem zelf nog manifester is geworden. Dit ondanks de getroffen maatregelen:
-
verbetering van het programma OSB voor de leerlingen binnen het OPDC
-
met een grote groep leerlingen een BIW gemaakt bij het PCC (Vondelstraat.)
-
met aanstaande Trinitas-leerlingen een BIT gemaakt bij het Trinitas (Johannes
Bosco)
Deze aanpassingen in het toeleidingstraject naar de nieuwe
school hebben niet kunnen voorkomen dat pas vlak voor de vakantie voor elke
schakelbare leerling een, hopelijk juiste, plek was gevonden. Bij het zoeken
naar een oorzaak voor deze opvallende wijziging in de voorzorg voor de uitstroom
valt op dat:
-
er een aantal leerlingen is geweest waarvan het uitstroomadvies pas
definitief in mei is afgegeven
-
er enkele leerlingen waren die een beroepsrichting hadden gekozen die niet
bij hun mogelijkheden paste
-
het aantal leerlingen dat met speciale zorg naar VO vertrok is toegenomen
-
de betrokkenheid van ouders bij deze belangrijke stap soms minimaal is
Het meedenken over en
vinden van een plek voor moeilijk plaatsbare leerlingen vond deze keer 6 maal
plaats met als gevolg dat deze leerlingen een passende plek hebben gevonden
binnen het VMBO of PrO. Dit waren vaak de leerlingen waarvan het eindadvies was
uitgesteld tot mei. Toch is het dit keer gelukt voor al deze leerlingen vóór de
vakantie een plek te vinden.
Voor
volgend jaar: voor deze categorie moeilijker plaatsbare leerlingen de procedure
zo adequaat mogelijk laten verlopen.
Bij 4 leerlingen werd de
overstap voorafgegaan door een gastleerlingschap. Twee leerlingen kwamen na de
gastlessen niet meer terug naar het OPDC en bleven leerling van de gekozen VMBO
school.
Voor
volgend jaar: blijven proberen de mogelijkheden van gastlessen/ tussentijdse
overstap verder uit te breiden.
Betrokkenheid bij schakelprocedure
incidenteel
16
leerlingen
via
gastlessen
4
leerlingen
Terug naar Inhoud
Aan het eind van dit schooljaar stroomden 89 leerlingen
uit naar het reguliere VMBO of anders (vorig schooljaar 87)
-
12 leerlingen na 1 jaar OPDC
-
77 leerlingen na 2 of 3 jaar OPDC
Dit jaar is er maar één
leerling waarvoor door de commissie tenslotte verlenging van verblijf op het
OPDC met een derde jaar werd geadviseerd. Ook voor deze leerling geldt, dat zo
snel als verantwoord is, er begonnen zal worden met de voorbereidingen om deze
leerling zo risicoloos mogelijk te schakelen naar het MBO. Schakelen naar VMBO
is gezien de leeftijd van deze leerling geen reële optie.
De drie leerlingen die vorig jaar hun derde jaar OPDC ingingen zijn dit jaar via
stage voorbereid op hun volgende onderwijstraject. Twee zijn geschakeld naar het
Horizoncollege, één is doorverwezen naar het stagetraject van De Spinaker.
Uitstroom 2006/2007 in
cijfers

Terug naar Inhoud
Leerlingen met een OPDC verleden
Stage.
De begeleiding van de stage leerlingen had dit jaar
twee doelen. Voor één leerling was het de voorbereiding op een weloverwogen
beroepsopleiding. De stage was ingepast in het OSB programma op het OPDC.
Bij de twee andere leerlingen die begeleid zijn in hun stagetraject, was het de
voorbereiding op de overstap naar het MBO.
Ook werd nog een leerling die via LWT zijn VMBO diploma moest halen extra
begeleid, zodat dit traject succesvol kon worden afgesloten.
Oud-leerlingen.
Bij de vraag om hulp van leerlingen die al langer
van school af zijn, vindt er een verschuiving plaats bij het nemen van
initiatief. Hier is het voor het grootste deel de leerling zelf die met de
hulpvraag komt. In veel gevallen na een periode van zelfstandig functioneren,
maar toenemende onzekerheid bij de spanning voor schoolonderzoeken en examen,
maakt dat de behoefte aan wat extra steun zich doet gelden.
Thuiszitters.
Drie OPDC leerlingen die thuis zaten te wachten op
een plek op een voor hen geïndiceerde juiste vorm van hulpverlening zijn thuis
onder begeleiding bezig gebleven met schoolwerk. Deze situaties dienden zich
gelukkig aan verspreid over het schooljaar, zodat de begeleiding goed ingevuld
kon worden. Het tijdpad van de begeleiding is wisselend: van enkele maanden tot
een paar weken.
Vanuit leerplicht kwam het verzoek om een leerling met een
Rec-indicatie, die na een verhuizing weer onder de
verantwoordelijkheid van het SWV viel, te begeleiden tot er plek voor hem
gevonden was. Na en aantal weken is deze verantwoordelijkheid overgedragen aan
de AB-er van het REC, die het traject verder heeft
afgerond.
Terug naar Inhoud
Leerlingen zonder een OPDC verleden
Zij-instromers
Bij drie leerlingen was er overleg vooraf (gesprekken met
leerling en eventueel ouders) vóór de vraag van deze leerling in de PCL smal
werd ingebracht. Op deze wijze is er hopelijk een positieve inbreng geweest in
dit voor ouders en leerlingen vaak lastige traject.
Ook dit jaar werd er door
het VO weer een beroep gedaan op de mogelijkheid leerlingen zonder OPDC verleden
te begeleiden. Doordat ambulant begeleiders vanuit het REC de hulp aan de
rugzakleerlingen nu inderdaad formeel hebben overgenomen, is dit ook dit jaar
weer mogelijk geweest. Zo konden 13 leerlingen geholpen worden. 11 intensief,
het betrof hier 7 maal een extra ondersteuning bij wiskunde als voorbereiding op
het examen en 4 leerlingen die extra wiskunde nodig hadden om de overgang te
realiseren. 2 leerlingen konden kortstondig worden geholpen bij het afronden van
een handelingsopdracht.
Begeleiding 2006/2007:
Het jaar in cijfers:
Terug naar Inhoud
Uitstroom
2005/2006
87 leerlingen:
76 naar VMBO waarvan
bevorderd 69
90%
Uitstroom 2002/2003
84 leerlingen: waarvan geslaagd
50
72%
(Van deze 84 leerlingen stroomden er 69 uit naar het VMBO en konden dus examen
doen)
Terug naar Inhoud
Terug naar Inhoud
Begin dit schooljaar is
er een start gemaakt met een duidelijke afbakening van de verantwoordelijkheid
voor de leerlingen die met een rugzakje het OPDC verlaten en instromen in het
VMBO. Het is de taak en verantwoordelijkheid van de ambulante begeleiders van
het REC deze leerlingen en hun docenten te begeleiden. De ambulant begeleider
vanuit het OPDC wordt nu soms alleen nog gevraagd mee te denken bij het zoeken
naar oplossingen in verband met de bekendheid van oa. de sociale kaart. Ook
binnen het OPDC is het aanvragen en bewaken van de rugzakprocedure de
verantwoordelijkheid van een andere collega. Dit heeft tot resultaat gehad dat
er dit jaar geen intensieve bemoeienis meer geweest is met rugzakleerlingen.
Het aspect van de
persoonlijke begeleiding, ook vermeld in het vorige jaarverslag krijgt nog
steeds in tal van publicaties de aandacht. Bij een aantal projecten blijkt
persoonlijke aandacht in nauwe samenwerking met ouders vaak de sleutel tot
succes als het gaat om positieve persoonlijke ontwikkeling van kansarme
jongeren.
Het aantal AB-contacten
verschilt dit jaar nauwelijks van dat van vorig jaar. Dit is een verandering in
de ontwikkeling tot nu toe. Met de gegevens van komend jaar moet gekeken worden
of er sprake kan zijn van stabilisatie.
In
vergelijking met vorig jaar is het percentage leerlingen dat het eerste jaar
positief heeft afgesloten licht gestegen. Dit stemt tot tevredenheid, maar de
honderd procent score is nog niet behaald. Dit is toch waar we aan willen
blijven werken. Hoewel ik de cijfers dus graag nog wat positiever had willen
hebben, ben ik er ook nu weer van overtuigd dat door de inzet van alle
betrokkenen er veel leerlingen met plezier en succes naar school zijn blijven
gaan, die zonder deze hulp hun schoolcarrière al voortijdig zouden hebben
beëindigd.
Terug naar Inhoud
|