Home Regiogids 2012-2013
Regiogids 2012 - 2013 | Afdrukken |

Het kiezen van een schoolRegiogids

Wanneer uw kind in groep acht van de basisschool zit, gaat het volgend schooljaar naar een school voor voortgezet onderwijs. Een belangrijke stap voor uw kind! Het is natuurlijk belangrijk dat uw kind zich snel thuis kan voelen op de nieuwe school. De regiogids kan u helpen met uw kind een school te kiezen die goed aansluit. Hieronder vindt u algemene informatie over het voortgezet onderwijs. 

Bij de overstap naar het voortgezet onderwijs speelt de volgende informatie een rol:

  • Het basisschooladvies. Tijdens het laatste schooljaar zal de basisschool met u bespreken welke mogelijkheden uw kind heeft in het voortgezet onderwijs. De basisschool heeft uw kind meestal jarenlang meegemaakt en kan dus goed inschatten welk niveau voor uw kind geschikt is. 
  • Een tweede toetsgegeven: de Citoscore, de uitkomst van de NIO-toets of een ander toetsresultaat
  • Aanvullende onderwijskundige informatie, zoals informatie over de schoolloopbaan, over intelligentie of over gedrag, houding en gegevens uit het leerlingvolgsysteem vastgelegd in het onderwijskundig eindrapport (OER)

In het advies van de basisschool staat welk soort voortgezet onderwijs geschikt is voor uw kind. U kunt uw kind alleen aanmelden op een school die de onderwijssoort aanbiedt die in het basisschooladvies staat.
Het basisschooladvies wordt opgesteld door de basisschool van uw kind. De basisschool heeft de leerprestaties van uw kind gevolgd gedurende de jaren dat het daar op school is geweest. De leerkracht maakt uw kind dagelijks mee. Dit alles is belangrijke informatie over uw kind bij het opstellen bij het basisschooladvies.

  • De basisschool kan de volgende adviezen voor het voortgezet onderwijs geven:
  • praktijkonderwijs
  • vmbo-basisberoepsgerichte leerweg (evt. met lwoo)
  • vmbo-kaderberoepsgerichte leerweg (evt. met lwoo)
  • vmbo-beroepsgerichte leerweg (evt. met lwoo), omvattend:
    *     basisberoepsgerichte en
    *     kaderberoepsgerichte leerweg
  • vmbo-kaderberoepsgerichte/theoretische leerweg (evt. met lwoo)
  • vmbo-theoretische leerweg/havo
  • havo
  • havo/vwo*
  • vwo

*vwo = atheneum en gymnasium

 

Leerwegondersteunend onderwijs (lwoo)
Leerwegondersteunend onderwijs is geen apart onderwijs, maar een extra voorziening binnen het vmbo. Het is bedoeld voor kinderen die wel een vmbo-diploma kunnen halen, maar die extra ondersteuning nodig hebben. De kinderen volgen hetzelfde programma als de andere kinderen in het vmbo, maar zij krijgen extra hulp en begeleiding.


Het aanmelden op een school voor voortgezet onderwijs 12 maart t/m 16 maart 2012
Met het aanmeldingsformulier moet u uw kind in de periode van 12 maart t/m 16 maart 2012 persoonlijk aanmelden op de school voor voortgezet onderwijs die u met uw kind heeft uitgekozen. Deze school moet wel de soort onderwijs aanbieden dat in het basisschooladvies van uw kind staat.

Uiterlijk 16 maart 2012 moet uw kind zijn aangemeld op een school voor voortgezet onderwijs.

Zodra u uw kind op een school heeft aangemeld, vraagt deze school aanvullende onderwijskundige informatie op bij de basisschool, zoals bijvoorbeeld het resultaat van de cito-eindtoets en informatie over de schoolloopbaan van uw kind.
Voor praktijkonderwijs of vmbo met leerwegondersteunend onderwijs speelt de cito-eindtoets geen rol. Hiervoor in de plaats zijn andere onderzoeken afgenomen die de school waar uw kind zich heeft aangemeld opvraagt bij de basisschool.

 

Aanmelding betekent niet automatische toelating
Als uw kind is aangemeld op een school voor voortgezet onderwijs, betekent dat nog niet dat het ook als is toegelaten. Daarover besluit de toelatingscommissie van de school voor voortgezet onderwijs. U hoort in principe uiterlijk eind mei 2012 of uw kind is toegelaten op de school. De periode hiervoor gebruikt de school om alle aanmeldingen in behandeling te nemen en zorgvuldig te beoordelen.

Scholen die zeker weten dat zij genoeg plaats hebben voor alle aangemelde leerlingen, kunnen snel berichten over de toelating van uw kind. Voorwaarde hiervoor is dat geen aanvullend onderzoek of overleg nodig is. Er zijn echter scholen die meer aanmeldingen hebben dan zij kunnen plaatsen. Deze scholen kunnen pas een besluit nemen over toelating als zij alle aanmeldingen in behandeling hebben genomen en hebben beoordeeld.

 

De brugperiode
Het eerste leerjaar van het voortgezet onderwijs wordt de “brugklas” genoemd. In deze klas went uw kind aan de nieuwe school, die heel anders is dan de basisschool. Er zijn andere vakken met steeds een andere leraar, er is huiswerk, enz. Sommige scholen kijken in de brugklas of in de tweejarige brugperiode welk onderwijstype het meest geschikt is voor uw kind. Andere scholen plaatsen uw kind meteen al in een bepaald onderwijstype, maar bieden wel de mogelijkheid om naar een ander onderwijstype over te stappen.
Het onderwijs in de onderbouw van het voortgezet onderwijs moet minimaal voldoen aan eisen. Zo krijgt iedere leerling minimaal 1000 lesuren per jaar. In die lesuren moeten bepaalde onderwerpen aan bod komen.

Binnen die eisen heeft iedere school echter veel vrijheid om het onderwijs zelf in te vullen. Er zijn grote verschillen in de manier waarop de eerste jaren van het voortgezet onderwijs zijn georganiseerd. De onderwijsmethode en vakken die worden aangeboden verschillen van school tot school.


De overheid stelt eisen aan zowel de inhoud als de organisatie van het onderwijs. Hierin staat beschreven wat leerlingen na de eerste fase van het voortgezet onderwijs moeten weten en kunnen. Zo is beschreven wat scholieren moeten weten over geschiedenis en wat ze moeten kunnen berekenen bij wiskunde. In totaal zijn er 58 kerndoelen die voor alle leerlingen gelden.

Deze kerndoelen zijn onderverdeeld in:

  • Nederlands
  • Engels
  • rekenen en wiskunde
  • mens en natuur
  • mens en maatschappij
  • kunst en cultuur
  • bewegen en sport.


Hoe de kinderen deze kennis en vaardigheden leren, is de verantwoordelijkheid van de leraren. Zij kunnen deze kerndoelen op elk niveau en voor elke leerstijl uitwerken. Praktisch of theoretisch, abstract of concreet, op het niveau van vmbo of vwo. Scholen kunnen hun eigen lesmethoden ontwikkelen en toepassen. Leraren kunnen op deze manier hun deskundigheid beter gebruiken en hun lessen afstemmen op de behoeften van de leerlingen. Over de passende werkvorm hebben ouders/verzorgers, leerlingen en personeel via medezeggenschap inspraak.

Begeleiding van leerlingen: mentoren en decanen
Scholen voor voortgezet onderwijs doen steeds meer aan individuele begeleiding van leerlingen die om wat voor reden dan ook extra aandacht nodig hebben. Elke school doet dat op zijn eigen manier.
De meeste scholen wijzen mentoren aan. Dat zijn docenten die naast hun onderwijstaak leerlingen coachen. Zij hebben veel contact met andere leraren en weten daardoor in grote lijnen wat de leerlingen presteren in de verschillende vakken.
Zij zijn dan ook uw eerste aanspreekpunt bij vragen en problemen. Daarnaast zijn er decanen die de leerlingen adviseren over studieaanpak en over studie- en beroepsmogelijkheden. De scholen hebben leerling- of studiebegeleiders die met leerlingen werken die wat extra aandacht kunnen gebruiken. Ook zijn er soms speciale huiswerkbegeleiders. Verder heeft elke school voor voortgezet onderwijs een zorgadviesteam. Hierin zitten specialisten, zoals een schoolarts of verpleegkundige, een leerplichtambtenaar, een onderwijshulpverlener en medewerkers van de school. Samen maken zij afspraken over de hulpverlening aan leerlingen.
Wilt u weten hoe de school de begeleiding van leerlingen aanpakt, dan kunt u hiernaar vragen tijdens de informatiedagen.

 

Huidige schoolsoorten
Het voortgezet onderwijs kent twee hoofdrichtingen:

  1.  Het algemeen voortgezet onderwijs (avo) dat twee typen scholen omvat:
    1.1. Het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) en
    1.2. Het hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo)
  2.  Het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo).

 

1 Het algemeen voortgezet onderwijs (avo)
Het avo kent twee schooltypen die opklimmen in moeilijkheidsgraad. Dit komt tot uiting in de cursusduur en in het aantal examenvakken.

 

1.1 Het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo)

Het vwo heeft een cursusduur van zes jaar en kent twee schoolsoorten, het atheneum en het gymnasium. Op het gymnasium volgen de leerlingen verplicht enige jaren Latijn en Grieks. Met een overgangsbewijs van de derde naar de vierde klas van het vwo kan de leerling doorstromen naar het middelbaar beroepsonderwijs. In de loop van het derde jaar worden de leerlingen voorbereid op de keuze voor het profiel: een samenhangend onderwijsprogramma gericht op een aantal vervolgopleidingen.

De leerlingen kiezen uit de volgende profielen voor de vierde, vijfde en zesde klas:

  • cultuur en maatschappij
  • economie en maatschappij
  • natuur en gezondheid
  • natuur en techniek.

Elk profiel heeft een gemeenschappelijk deel dat voor alle profielen gelijk is. Daarnaast heeft elk profiel een aantal verplichte vakken die kenmerkend zijn voor dat bepaalde profiel. Verder is er een vrij deel waarin de leerling vakken uit een ander profiel volgt.
Het examen bestaat uit zeven verplichte vakken, de profielvakken en de vrij gekozen vakken. Voor het gymnasium is een van de klassieke talen een verplicht examenvak.
Het vwo-diploma geeft toegang tot de universiteit en alle vormen van hoger beroepsonderwijs, afhankelijk van het gekozen profiel.

 

1.2.Het hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo)

Een havo-opleiding duurt vijf jaar en is makkelijker dan het vwo maar moeilijker dan een vmbo-opleiding. Er is meer leerstof, het tempo ligt hoger en van de leerlingen wordt een grotere zelfstandigheid verwacht. Bovendien moeten ze meer huiswerk maken. Met een overgangsbewijs van de derde naar de vierde klas havo kan de leerling doorstromen naar het middelbaar beroepsonderwijs.
In de derde klas bereiden de havo-leerlingen zich voor op de keuze van een “profiel”, een samenhangend pakket examenvakken gericht op een aantal vervolgopleidingen. De leerlingen kiezen uit de volgende profielen voor de vierde en vijfde klas:

  • techniek: bouwtechniek, metaaltechniek, elektrotechniek, voertuigentechniek, installatietechniek, grafische techniek, transport en logistiek
  • economie: administratie, handel en verkoop, mode en commercie, consumptief
  • zorg & welzijn: verzorging en uiterlijke verzorging
  • landbouw: landbouw en natuurlijke omgeving

Het examen omvat tenminste zes vakken, waarvan Nederlands en Engels verplicht zijn. Daarnaast worden twee vakken gekozen, afhankelijk van de gekozen sector. Bovendien kiest de leerling twee vakken, afhankelijk van de gekozen leerweg.

In principe gaan de leerlingen met een vmbo-diploma door naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Van het bereikte niveau op het vmbo is afhankelijk op welk niveau ze in het mbo instromen. Een diploma kb, gl en tl geeft dezelfde doorstroommogelijkheden.
Leerlingen die de theoretische leerweg met succes hebben afgerond, kunnen doorstromen naar het vierde leerjaar van de havo.

 

Het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo)
Het leerwegondersteunend onderwijs is een speciale vorm van onderwijs binnen het vmbo en bestemd voor leerlingen die om verschillende redenen speciale begeleiding nodig hebben. De redenen kunnen zijn:

  • Leerproblemen,
  • Aanpassingsproblemen.

Over het algemeen zijn deze leerlingen meer praktisch dan theoretisch gericht. Het leerwegondersteunend onderwijs wordt in de diverse leerwegen verzorgd door een scholengemeenschap met afdelingen voor beroepsvoorbereidend onderwijs of door een school voor speciaal voortgezet onderwijs.

 

Het praktijkonderwijs
Naast het gewone of reguliere voortgezet onderwijs bestaat er ook het praktijkonderwijs, voorheen het speciaal voortgezet onderwijs. 
Praktijkonderwijs is bestemd voor leerlingen van wie verwacht wordt, dat zij niet in staat zijn  een vmbo-diploma te halen, ook niet met leerwegondersteuning. Het zijn leerlingen die gebaat zijn bij een orthopedagogische en orthodidactische aanpak. 
Scholen voor praktijkonderwijs hebben dan ook de opdracht om hun leerlingen toe te rusten voor een plaats op de arbeidsmarkt en een zelfstandig functioneren in de samenleving.
In een vier- of vijfjarig traject worden leerlingen binnen het praktijkonderwijs door een aanbod van diverse praktijkvakken, sociale vaardigheidstrainingen en algemeen vormende vakken begeleid naar een plaats op de regionale arbeidsmarkt.
Via arbeidsintegratie en nazorgtrajecten worden ook na het verlaten van de school voor praktijkonderwijs de leerlingen intensief gevolgd.

Vaak zijn de leerlingen afkomstig van een school voor speciaal basisonderwijs, maar het komt steeds meer voor dat leerlingen uit het reguliere basisonderwijs worden aangemeld.
Een onafhankelijke regionale verwijzingscommissie (RVC) bepaalt of een leerling op een school voor praktijkonderwijs kan worden toegelaten.

 

Open dagen
Alle scholen voor voortgezet onderwijs organiseren contactmomenten in de vorm van een leerling-middag, open huis of ouder informatieavond.

 

Aanvullende informatie over het voortgezet onderwijs

 

Wettelijke leerplicht
In Nederland is er een wettelijke leerplicht. Sinds 1 augustus 2007 heet dit de kwalificatieplicht. Alle leerlingen blijven volledig leerplichtig tot het einde van het schooljaar waarin ze zestien jaar worden. De kwalificatieplicht geldt voor jongeren die:

  1. Nog geen achttien jaar zijn
  2. Nog geen startkwalificatie hebben behaald en
  3. De volledige leerplicht achter de rug hebben.

Zij zijn tot hun achttiende verjaardag (of tot het moment dat zij een mbo2-, havo- of vwo-diploma hebben behaald) kwalificatieplichtig. Dit betekent concreet dat deze jongeren een volledig onderwijsprogramma moeten volgen dat is gericht op het behalen van een startkwalificatie. Hieronder vallen de vmbo-, havo- en vwo-opleidingen in het voortgezet onderwijs en de beroepsopleidende leerwegen (bol) en bbl) in het middelbaar beroepsonderwijs.
Het is belangrijk dat alle leerlingen een startkwalificatie halen, want zonder afgeronde opleiding is de kans op werk klein. De ouders moeten ervoor zorgen dat hun kind naar school gaat.
De school stelt elk jaar de lestijden vast. Het is de verantwoordelijkheid van de ouders dat het kind op school aanwezig is. Ouders die kinderen thuishouden, zijn strafbaar. Leerplichtambtenaren hebben tot taak om er op toe te zien dat alle leerplichtigen naar school gaan. Als een leerling niet naar school gaat, onderzoekt de leerplichtambtenaar waarom hij of zij niet gaat. Afhankelijk van de situatie bemiddelen zij. Als er sprake is van onwil kunnen leerplichtambtenaren een proces-verbaal opmaken.

 

Vrijheid van onderwijs
Het onderwijs is vrij in Nederland. Door de vrijheid van godsdienst is iedereen in Nederland vrij een school op te richten en onderwijs te geven dat gebaseerd is op een religieuze of levensbeschouwelijke grondslag. Dat betekent dat u voor uw kind kunt kiezen tussen een openbare school en een school met onderwijs dat gebaseerd is op een religieuze of levensbeschouwelijke visie: een bijzondere school.
Vrijheid van onderwijs betekent niet dat ouders kunnen eisen dat hun kind op iedere school wordt aangenomen.

 

Openbare en bijzondere scholen
Openbare en bijzondere scholen worden door de overheid betaald. Deze scholen moeten zich allemaal houden aan de wetten en regels van de overheid. Openbare scholen staan open voor alle leerlingen, van welke godsdienst of levensovertuiging dan ook. Er wordt vaak gedacht dat openbare scholen verplicht zijn alle leerlingen toe te laten, maar dit is niet zo. Het schoolbestuur beslist over de toelating van een leerling. Een bestuur kan beslissen dat de school vol is en daardoor een leerling niet toelaten. Wel is het zo dat de gemeente moet zorgen voor voldoende onderwijsaanbod in de stad. Is dit er niet, dan is het de taak van de gemeente om te zorgen dat het onderwijsaanbod in de stad uitgebreid wordt.

 

Onderwijsinspectie
De onderwijsinspectie controleert of de scholen zich houden aan de wetten en regels die de overheid heeft gesteld. Daarnaast brengt de onderwijsinspectie kwaliteitskaarten uit. Deze kaarten zijn bedoeld voor ouders en worden gepubliceerd op internet: www. onderwijsinspectie.nl

De kwaliteitskaart bevat vooral gegevens over zittenblijven en overgaan van leerlingen, examenresultaten en informatie over de kenmerken van de school. U kunt met deze kaarten de resultaten van scholen onderling vergelijken en zien hoe een school het doet in vergelijking met het landelijk gemiddelde.

 

Schoolvakanties
In het voortgezet onderwijs is het maximum aantal vakantiedagen per schooljaar vastgesteld op 60 (naast de christelijke en nationale feestdagen). De zomervakanties kennen centraal vastgestelde data. Voor de overige vakanties gelden alleen adviesdata, dus herfst-, kerst-, voorjaars- en meivakantie mogen de scholen zelf vaststellen. Hoogstwaarschijnlijk verandert dit met ingang van schooljaar 2012-2013. Het ministerie van OCW werkt namelijk aan een wetswijziging over de onderwijstijd. Voorstel is om ook de kerst- en meivakantie centraal voor te schrijven en de zomervakantie van het voortgezet onderwijs met 1 week te bekorten. Dit heeft consequenties voor de vakantiedata in alle regio’s.

 

Invloed van ouders en leerlingen op school
Elke school heeft een medezeggenschapsraad. In de medezeggenschapsraad kunnen ouders meebeslissen over wat er op school gebeurt. De medezeggenschapsraad bestaat uit twee groepen: ouders en/of leerlingen en leerkrachten/onderwijsondersteunend personeel.
Deze groepen hebben recht op informatie en overleg. Ze kunnen advies geven en meebeslissen bij belangrijke zaken op school. 
Elke medezeggenschapsraad heeft een reglement. Hierin staat wat de raad kan en mag doen. Naast een medezeggenschapsraad hebben de meeste scholen een ouderraad en een leerlingenraad. Het belangrijkste recht van deze raden is het recht om advies uit te brengen aan de medezeggenschapsraad of aan de schooldirectie.

 

Lesgeld en schoolkosten voortgezet onderwijs
Onderwijs moet voor iedereen toegankelijk zijn. Daarom is het lesgeld voor het voortgezet onderwijs afgeschaft. Sinds het schooljaar 2009-2010 krijgen leerlingen de meeste boeken van school.
Ouders/verzorgers blijven verantwoordelijk voor de aanschaf van bijvoorbeeld sportkleding, schrijfmateriaal, atlas, woordenboeken en rekenmachine. De school kan u een vrijwillige bijdragen vragen voor allerlei extra activiteiten, zoals sportdagen en excursies.

 

Klachtenprocedure
Elke school heeft een klachtencommissie waar ouders, leerlingen en personeel klachten kunnen indienen over de gang van zaken op school. De werkwijze van de commissie is beschreven in een klachtenprocedure. Hierin is vastgelegd waar de klacht kan worden ingediend, wie de klacht in behandeling neemt, binnen hoeveel tijd een klager antwoord krijgt en wat de beroepsmogelijkheden zijn als de klager niet tevreden is gesteld.

 

De redactie,
mw. drs. L.G. Zoomer (csg Jan Arentsz)
dr. R.A. Gase (Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Noord-Holland-Noord)

contactadres (ook voor nabestellingen): mevr. C.J. Schuitemaker-Verbree
e-mail: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.

 
Copyright © 2012 SWV Noord-Kennemerland. Alle rechten voorbehouden.
 

Bezoek ook:

Banner