Ontwikkelplek
De samenwerkingsverbanden zetten zich in om voor alle jongeren een ontwikkelplek te vinden en ze het onderwijs en de ondersteuning te bieden die ze nodig hebben. Hierbij dragen we zorg voor een passend ontwikkelperspectief, een ononderbroken ontwikkelingsproces en een diploma, werkplek en/ of participatie naar vermogen. Dat doen we op basis van de volgende uitgangspunten.
Leerrecht en zorgplicht
Alle jongeren hebben recht op onderwijs. Scholen in onze regio bieden allemaal dezelfde basisondersteuning. De extra ondersteuning wordt ingericht op basis van de leerlingpopulatie van de school. Dit betekent dat iedere jongere in principe op een reguliere school in de regio terechtkan, tenzij de jongere echt gebaat is bij het vso. De school van aanmelding heeft vervolgens de zorgplicht om een passende plek te vinden, binnen de eigen school of op een andere school. Het doel is dat elke jongere onderwijs krijgt met de benodigde ondersteuning.
Sommige leerlingen bevinden zich op grensvlakken van onderwijssoorten of ondersteuningsmogelijkheden van een school. Alle scholen zijn samen verantwoordelijk dat elke leerling onderwijs kan volgen. Mochten de schoolleiders er niet zelf uitkomen, dan stemmen de desbetreffende schoolbestuurder(s) af welke school het meest passend is. Als zij er niet uitkomen, heeft de Directeur-Bestuurder van de samenwerkingsverbanden de bevoegdheid om een school aan te wijzen. De Directeur-Bestuurder analyseert op basis van de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften en het aanbod van de scholen welke school het meest passend is. De Directeur-Bestuurder informeert de schoolbestuurder en schoolleider over de plaatsing van de leerling.
Inclusief denken en doen
We hanteren het principe ‘inclusief denken en doen’. Dit betekent dat we extra, intensieve of speciale ondersteuning zo veel mogelijk integreren in het reguliere onderwijsproces. Het uitgangspunt bij ondersteuningsvragen is het aanpassen van de context om de groep als geheel te ondersteunen, want wat werkt voor één leerling geldt vaak voor de gehele groep. Jongeren met of zonder ondersteuningsbehoefte leren en werken dus grotendeels samen.
Dekkend netwerk
De samenwerkingsverbanden zijn verantwoordelijk voor een dekkend netwerk, zodat jongeren onderwijs en ondersteuning krijgen op een plek waar zij tot ontwikkeling komen zo thuisnabij als mogelijk. Iedere school is vrij om binnen de handelingskaders die de overheid heeft gesteld (de ‘geregelde ruimte’) het onderwijs met passende ondersteuning voor de eigen leerlingen vorm te geven. Dit betreft basis-, lichte en extra ondersteuning. Zijn het onderwijs en de ondersteuning op school onvoldoende passend? Dan worden de mogelijkheden voor een andere reguliere school onderzocht. Als het om specifieke begeleiding gaat die de basis en extra ondersteuning op school overstijgen, worden de mogelijkheden van intensieve of specialistische ondersteuning onderzocht.
Vier ondersteuningsniveaus
We onderscheiden de volgende ondersteuningsniveaus:
• basisondersteuning (niveau 1);
• lichte ondersteuning op het vmbo, voorheen leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) (niveau 1);
• extra ondersteuning op iedere school (niveau 2);
• intensieve ondersteuning op school of bovenschools (niveau 3);
• PrO en vso (niveau 4).
Scholen informeren jongeren en ouder(s)/verzorger(s) over de manier waarop zij invulling geven aan deze vormen van ondersteuning. Dit omschrijven zij in het schoolplan/de schoolgids. Al deze vormen lichten we hierna toe.
Basisondersteuning op iedere school (niveau 1)
De vo-scholen bieden alle jongeren basisondersteuning: kwalitatief sterk onderwijs door bekwame docenten/mentoren. Momenteel wordt er gewerkt aan een voorstel m.b.t. een landelijke norm voor de basisondersteuning. Het document 'Herijkte afspraken ondersteuning' bevat zowel de meest recente afspraken voor de basisondersteuning (kolom 1) als een checklist voor de scholen (kolom 2 en 3). Ieder jaar herijken de scholen het ondersteuningsaanbod en maken zij in hun schoolplan de kwaliteit en het aanbod van hun basisondersteuning zichtbaar door de bovengenoemde checklist in te vullen.
Lichte ondersteuning op vmbo-scholen (niveau 1)
Vmbo-scholen en praktijkscholen bieden eveneens lichte ondersteuning (voorheen: lwoo) aan jongeren met (een risico op) leerachterstanden en/of sociaal-emotionele ondersteuningsbehoeften. Denk aan brede brugklassen, versterkte leerroutes, vaste docenten per groep, verkleining van (les)groepen of extra aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van een leerling. De scholen bepalen zelf welke jongeren lichte ondersteuning krijgen en op welke manier. Alle vmbo-scholen ontvangen een bedrag op basis van populatiebekostiging om lichte ondersteuning te kunnen bieden (zie hoofdstuk 8 voor een beschrijving van het verdeelmodel). De criteria, procedure, duur en aard van de lichte ondersteuning beschrijft iedere school in het schoolplan. Bijlage 2 beschrijft de gezamenlijke afspraken tussen de scholen over lichte ondersteuning.
Extra ondersteuning op iedere school (niveau 2)
Iedere reguliere school biedt extra ondersteuning. De scholen vullen de extra ondersteuning zelf in en nemen dit op in het schoolplan van de school. Het aanbod bestaat uit drie pijlers: ondersteuning aan jongeren, partnerschap met ouders en coaching/scholing aan docenten/mentoren. Leerlingen die extra ondersteuning ontvangen, hebben een OPP[1] waarin de stem van de leerling en ouders/verzorgers is meegenomen. In het OPP vormt de context een belangrijk uitgangspunt: welke aanpassingen in de context zijn mogelijk om de jongere verder te helpen en hoe profiteert de groep als geheel daarvan? De OPP’s geven de school richting in wat professionals kunnen doen in hun handelen binnen de schoolse context. We zetten in op een omgeving waarin we voor meerdere leerlingen betekenis kunnen geven aan de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften en zoveel mogelijk in de klas. Hiermee maken we een verschuiving van individueel naar collectief aanbod.
Elk jaar evalueert de school het rendement van de ingezette ondersteuning en geoormerkte gelden, en gebruikt de inzichten om het aanbod verder te versterken in aansluiting op de leerlingpopulatie van de school. De school deelt de opgedane inzichten met collega-scholen en legt hierover verantwoording af, in ieder geval in een paragraaf ‘passend onderwijs’ in het jaarverslag van de school/het schoolbestuur.
Intensieve ondersteuning op school of bovenschools (niveau 3)
Soms zijn basis-, lichte of extra ondersteuning onvoldoende om in de behoeften van jongeren te voorzien, maar zijn deze jongeren met (tijdelijke) intensieve ondersteuning wél in staat om een diploma in het regulier onderwijs te halen. Daarvoor bestaan er collectieve voorzieningen en (individuele) arrangementen.
Collectieve voorzieningen
Binnen het samenwerkingsverband vo Noord-Kennemerland bestaan er verschillende bovenschoolse voorzieningen[2]. Bij het centrum voor Creatief Leren en Ontwikkelen (CLEO) krijgen leerlingen tijdelijk onderwijs en ondersteuning buiten de eigen school. Het aanbod van het CLEO valt binnen de Wet passend onderwijs en de uitvoering onder de directe verantwoordelijkheid van het samenwerkingsverband vo Noord-Kennemerland. CLEO werkt onder andere intensief samen met het Van der Meij College, om een doorgaande leerlijn op een reguliere school te versterken.
Binnen het samenwerkingsverband Kop van Noord-Holland bestaan er verschillende collectieve voorzieningen[3].
(Individueel) arrangement
Voor jongeren met een grote afstand tot onderwijs of leerlingen die intensieve begeleiding nodig hebben om een diploma in het regulier onderwijs te halen, zijn mogelijkheden om een tijdelijk arrangement in te zetten. Elk arrangement wordt per jongere (of een groep jongeren met gelijksoortige behoeften) op maat gemaakt. Voor toewijzing van een (individueel) arrangement is in Noord-Kennemerland een toewijzing van de CvT nodig (zie pagina 22).
Indien de ondersteuningsbehoeften op meerdere leefgebieden spelen, kan in de Kop van Noord-Holland de mogelijkheid worden verkend voor een tijdelijk onderwijs-zorgarrangement. Om te komen tot dit individuele onderwijszorgarrangement werken leerling, ouders, school, gemeente (jeugdzorg) en onderwijs intensief samen. Zij stellen in gezamenlijkheid een plan op (het IPP) waarin aan de hand van gestelde doelen wordt gewerkt aan ingroei in onderwijs. Om met elkaar scherp te hebben welke organisatie verantwoordelijk is voor welk doel en onder welke wet dit valt, wordt er in de regio gebruik gemaakt van de website MIS-k (MIS-k ). In Noord-Kennemerland wordt gewerkt aan een gezamenlijk samenwerkingskader voor dit type vragen.
PrO en vso (cluster 4)
Het PrO (regulier vo) en vso bieden onderwijs en ondersteuning aan specifieke groepen jongeren: het PrO aan leerlingen[4] die ‘leren door te doen’, het vso aan leerlingen die specialistische ondersteuning nodig hebben. Voor toelating tot beide onderwijsvormen is eveneens een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) van de CvT nodig (zie pagina 22).
Vso in de regio
Het vso in de regio Noord-Kennemerland en Kop van Noord-Holland wordt geboden op de volgende scholen: De Spinaker Alkmaar, De Spinaker Dijk en Waard College, De Spinaker Den Helder, Heliomare College Alkmaar, Heliomare De Ruimte, het Molenduin in Schagen en het Linie college in Den Helder.
De vso-scholen werken samen om het aanbod in de regio te verbreden, zodat meer leerlingen met een TLV zo thuisnabij onderwijs kunnen volgen. Het uitgangspunt is dat leerlingen terugkeren naar de school van herkomst of een andere reguliere school zodra dat mogelijk is. Binnen de samenwerkingsverbanden is de route overstap vso-vo beschikbaar. Deze wordt jaarlijks herijkt en is terug te vinden op de website. Daarnaast werken de vso-scholen steeds meer samen met de vo-scholen om de expertise te borgen binnen de context van de reguliere setting.
Aanvraag, toewijzing en dossiervorming
Het ondersteuningsteam van de school bespreekt – in overleg met de jongere en ouder(s) – wat de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de jongere zijn en wie welke activiteiten gaat ondernemen om hierin te voorzien. Indien nodig worden partners van de school, zoals de consulent passend onderwijs van het samenwerkingsverband, bij dit proces betrokken. Zij kunnen bijvoorbeeld adviseren over in te zetten interventies en de procedure ondersteunen of feedback geven op de kwaliteit van het proces.
Overleg over ondersteuning
In het multidisciplinair overleg (MDO) bespreken betrokkenen de perspectieven op de ontwikkeling van een jongere met een ondersteuningsbehoefte. Hierbij zijn in ieder geval een vertegenwoordiging van de (onderwijs) professionals aanwezig; de ouders en jongere worden altijd uitgenodigd. School stemt met jongere en ouder(s)/verzorger(s) af wie aan tafel zit. Uitgangspunt is om het aantal aanwezigen tijdens het MDO zo klein mogelijk te houden, omwille van de leerling en ouder(s)/verzorger(s). Tijdens het overleg wordt besproken welke ondersteuning nodig is voor de jongere: waaraan gewerkt wordt; wie daarbij betrokken is en hoe dat gedaan wordt. Op van tevoren afgesproken momenten wordt de uitvoering en het resultaat van het plan van aanpak geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. De zienswijze en ondersteuningsbehoefte van de leerling en de gezamenlijke afspraken worden vastgelegd in het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP). In het OPP wordt vooruitgekeken naar de toekomst. De ouder stemt in met het handelingsdeel van het OPP; vanaf 16 jaar stemt de leerling zelf hiermee in.
Toelaatbaarheidsverklaring (TLV)
Wanneer in het MDO overeenstemming wordt bereikt dat de ondersteuning van een reguliere school niet passend is bij de ondersteuningsbehoefte van een jongere, en is gebaat bij een overstap naar een vso-school of het PrO is een aanvraag voor een TLV nodig bij de CvT.
Digitaal dossier
Tijdens het hele traject gebruiken we voor jongeren met een extra ondersteuningsbehoeften het digitale dossier. In dit dossier, dat gedeeld wordt met de ouders en waarmee zij moeten instemmen, ligt alles vast: van het onderzoeken van de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften en het maken, evalueren en bijstellen van afspraken tot de aanvraag en afgifte van een TLV. Dit persoonlijke dossier ondersteunt handelingsgericht en integraal werken en voldoet aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
Commissie van Toewijzing (CvT)
De CvT toetst alle aanvragen op ontvankelijkheid, volledigheid, navolgbaarheid en transparantie. Ook toetst zij individuele of groepsarrangementen op inhoud. Voor besluiten over toelating tot het PrO maakt de commissie gebruik van de landelijke criteria en/of beleidsruimte. De volledig uitgewerkte toewijzingsprocedure en het reglement van de Commissie zijn beschikbaar via de website van de samenwerkingsverbanden. De toewijzingsprocedure wordt jaarlijks herijkt.
[1] Het streven is om toe te werken naar een Integraal Perspectief Plan (IPP), waarin onderwijs en jeugdzorg intensief samenwerken.
[2] Voor een actueel overzicht en meer informatie over de toelating (waaronder de bovenschoolse voorziening CLEO): zie de schoolgidsen van de scholen en www.swvnk.nl
[3] Voor een actueel overzicht en meer informatie over de toelating: zie de schoolgidsen van de scholen en SWV Kop van Noord Holland
[4] Leerlingen met een IQ tussen de 55 en 80, met een leerachterstand van drie jaar of meer op twee van de volgende domeinen: inzichtelijk rekenen, begrijpend lezen, technisch lezen en spellen (waarvan één van de domeinen inzichtelijk rekenen of begrijpend lezen moet zijn).